Toerisme

Plattelandsontwikkeling is een cruciaal beleidsterrein van de Europese Unie (EU), want meer dan 60% van de EU-bevolking woont in plattelandsgebieden en maar liefst 90% van de oppervlakte van de EU is platteland. De land- en bosbouw blijven van groot belang voor het grondgebruik en het beheer van de natuurlijke rijkdommen in de plattelandsgebieden van de EU. Ook zijn zij belangrijk als basis voor economische diversificatie in de plattelandsgemeenschappen. De versterking van het Europese plattelandsontwikkelingsbeleid is dan ook een prioriteit voor de EU als geheel geworden.

Sinds de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid krijgt plattelandsontwikkeling een steeds grotere rol bij de aanpak van de economische, maatschappelijke en milieuproblemen van de 21e eeuw in de plattelandsgebieden. De EU bestaat immers voor meer dan 90% uit plattelandsgebied en de nieuwe wetgeving is er duidelijk op gericht de groei en werkgelegenheid daar te stimuleren – wat helemaal aansluit bij de Lissabonstrategie – en om duurzame ontwikkeling te bevorderen – wat weer strookt met de duurzaamheidsdoelstellingen van Göteborg.

Het beleid voor plattelandsontwikkeling maakt gebruik van drie belangrijke instrumenten: de strategische richtsnoeren voor plattelandsontwikkeling van de EU, de verordening van de Raad over steun voor plattelandsontwikkeling uit het nieuwe Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en de verordening van de Commissie met uitvoeringsbepalingen.

In de richtsnoeren staat welke onderwerpen voor de Gemeenschap een prioriteit zijn, en welke opties er zijn voor de nationale strategieplannen en programma's voor plattelandsontwikkeling van de lidstaten. In de nationale strategieplannen passen de lidstaten die richtsnoeren toe op de nationale context op basis van de behoeften van de eigen regio's. Met de programma's voor plattelandsontwikkeling worden die nationale strategieplannen vervolgens uitgewerkt.

Voor alle prioriteiten worden in de strategische richtsnoeren van de EU maatregelen voorgesteld. De lidstaten moeten hun nationale strategieën baseren op zes communautaire richtsnoeren, die helpen om:

  • te bepalen op welke terreinen de steun van de EU voor plattelandsontwikkeling de grootste toegevoegde waarde kan creëren op Europees niveau;
  • een brug te slaan naar de voornaamste prioriteiten van de EU (Lissabon, Göteborg);
  • de samenhang met andere beleidssectoren van de EU, met name cohesie en milieu, te garanderen;
  • de uitvoering van het nieuwe marktgerichte gemeenschappelijk landbouwbeleid en de daarmee gepaard gaande herstructureringen in de oude en de nieuwe lidstaten te begeleiden.

De zes strategische richtsnoeren zijn:
1) Verbetering van de concurrentiekracht van de land- en de bosbouwsector
2) Verbetering van het milieu en het platteland
3) Verbetering van de kwaliteit van het bestaan op het platteland en bevordering van diversificatie
4) Ontwikkeling van de plaatselijke capaciteit voor werkgelegenheid en diversificatie
5) Omzetting van prioriteiten in programma's
6) Complementariteit van de communautaire instrumenten

In het beleid voor plattelandsontwikkeling voor de periode 2007-2013 ligt de nadruk op de drie onderwerpen van de thematische zwaartepunten in de nieuwe verordening voor plattelandsontwikkeling: verbetering van de concurrentiekracht van de land- en de bosbouwsector; milieu en platteland; de kwaliteit van het bestaan en de diversificatie van de economie op het platteland. Het vierde zwaartepunt is gebaseerd op de ervaringen die zijn opgedaan met de "Leader"-initiatieven, en geeft ruimte voor een plaatselijke bottom-up-aanpak van de plattelandsontwikkeling.

 

Databáze

Jméno
Heslo

 
© 2004 - 2012 Posázaví o.p.s.
Wij maken gebruik van het Apollo publicatiesysteem